Hoewel een schikking altijd betekent dat er water bij de wijn moet worden gedaan, wil dat nog niet zeggen dat een schikking niet tot tevredenheid kan stemmen. Zoals ook in het onderhavige geval.
Onze opdrachtgever heeft een vordering ten bedrag van ruim € 2.000,00 ter zake van verrichte werkzaamheden. De debiteur stelt zich op het standpunt, dat niet hij maar de Vereniging van Eigenaren van het appartementencomplex opdracht heeft gegeven voor deze werkzaamheden. Eerdere werkzaamheden waren ook door de Vereniging van Eigenaren opgedragen en betaald.
De debiteur vergat echter dat het hier ging om werkzaamheden aan individuele appartementen.
De debiteur is door ons kantoor gedagvaard en vervolgens voerde een advocaat namens hem verweer. Door de kantonrechter werd een mondelinge behandeling gelast, waarbij partijen aanwezig dienen te zijn.
Tijdens de mondelinge behandeling liet de rechter al snel merken, dat hij van mening was dat de debiteur wel degelijk opdracht had gegeven en derhalve moest betalen. Op het verweer van de advocaat van de debiteur antwoordde de rechter dat de debiteur zelf maar moest gaan procederen tegen de Vereniging van Eigenaren als hij van mening is, dat deze de factuur dient te voldoen.
De zitting werd op een gegeven moment geschorst en uiteindelijk bood de debiteur aan het factuurbedrag te voldoen, mits in vier maandelijkse termijnen, terwijl partijen de eigen kosten dienden te dragen.
Hoewel onze opdrachtgever uiteraard van mening was recht te hebben op zijn volledige vordering is hij uit praktische redenen akkoord gegaan met het voorstel van de debiteur. Voor onze opdrachtgever was het gevoel dat hij feitelijk door de rechter in het gelijk was gesteld het belangrijkste. Voor hem voelde het alsof hij de zaak volledig had gewonnen!
